IMG_5322

De Baai van Mont-Saint-Michel (25-27 juni)

Donderdag, 25 juni, vierde onze vriend Yann zijn 59ste verjaardag. Dit keer niet bij zijn schoonouders in de buurt van Crépy-en-Valois (60), maar bij zijn moeder in Carolles. Een dorp in het departement Manche (50). Véronique zijn vrouw nodigde ons uit. En we zeiden ja. De grootste stad in de buurt is Granville, waar we vorig jaar een paar dagen zijn geweest.

De eerste grote hap van de 330 km ging over de A13 (Rouen-Caen). Daarna werd het de snelweg A84 (geen péage). In een opwelling besloten we de afslag 42 te nemen. Daar hadden we geen spijt van. De D577 kronkelde door het mooie landschap naar Vire. Dit stadje is in 1944 weggebombardeerd. Het enige oude monument dat is overgebleven is een stadstoren gebouwd door Henri I, koning van Engeland en hertog van Normandie. Vire is ook bekend als de hoofdstad van de andouille. Na de lunch, nee geen andouille, ging de tocht verder naar Avranches. Vervolgens via een kustweg (eerste zicht op de Mont-Saint-Michel) naar Champeaux, waar we een b&b hadden geboekt.

Véronique en Yann hadden een heel programma voor ons samengesteld. Een paar uur aan het strand van Carolles. Een wandeling van 2.5 uur over de rotsen naar de Cabane van Vauban. Een ochtendbezoek aan de markt van Jallouville. Ook voor de inwendige mens werd gezorgd. Yann`s verjaardagsdiner bestond uit fruits de mer (ook een van mijn favourieten). Mousette (spinkrab), bulots (welken), langoustines en grijze garnaaltjes. Een andere maaltijd was turbot en een licht diner van verschillende charcuterie.

Op zaterdag zijn we voldaan naar huis gereden, na een korte stop in Granville en een koffiestop in Villers-Bocage.

Maartje Michelson

 

Mousette

Mousette

Een tussendoortje aan de Albaster kust

Een tussendoortje aan de Albaster kust

We waren nog niet goed en wel thuis of het kriebelde alweer. Veel `gedwongen` vrije tijd…. Een luxe probleem..?

We keken elkaar aan over de rand van onze boeken en het was een deal. Woensdagochtend ons `vaste` hotel geboekt in Saint Valéry en Caux, voor de nacht van 19 juni.

Vrijdagochtend nog een vol programma. Drie km rennen en drie km `snelwandelen` met Marcel. Daarna snel douchen om naar Parijs te gaan voor mijn lunch met Mee Lan Frank en Annabelle Mourougane, oud-OECD collega`s.

Het is erg belangrijk om de band warm te houden, want ik zou er graag teruggaan. Om 14.45 terug in StGé, de auto stond klaar. We moesten om 17.00 in St Val zijn omdat Marcel een interview gepland had. En we haalden het strakke schema. 17.30 Apéro-time: bij de locale supermarkt een fles cidre brut, pinda`s en chips gekocht.

Genieten op een bankje in de zon en met brutale meeuwen boven ons hoofd en aan onze voeten. Rondje langs de kade gemaakt om het schaaldieraanbod te vergelijken. En de belangrijke vraag: waar gaan we straks eten.

Het werd Le Corsaire, op het terras aan de haven en nog steeds in het zonnetje. Marcel had een vispotje en ik een bord fruits de mer. Na nog een wandeling langs de kade gingen we tegen 21.30 naar ons hotel.

De volgende ochtend, na een sandwich en koffie bij de PMU/brasserie en de aankoop van een kreeft aan de kade, richting Dieppe over de kustweg.

Onderweg een marktstop in Varengeville sur Mer en in Pourville sur Mer voor de oesters. Op de markt in Dieppe vis, twee kilo verse knoflook en een gebraden kippetje (voor onze lunch) gekocht. Het was nog redelijk vroeg, ipv rechtstreeks naar huis te rijden, nog een omweg gemaakt via Le Tréport.

Op het strand ons kippetje en een bakje frites gegeten (nog steeds in het zonnetje). Ik heb als klap op de vuurpijl een ritje gemaakt met de onbemande kabelbaan, het is een zelfbediening.

Marcel bleef beneden op me wachten. Toen huiswaarts in een auto die lichtelijk naar knoflook rook.

Bourdeaux

Bordeaux

Ik heb het enorme voorrecht af en toe te worden uitgenodigd voor een wijn diner in Bordeaux. Dat komt omdat ik over wijn schrijf en er elke twee jaar een diner is voor de internationale pers tijdens de Vinexpo.

Zo ben ik twee maal op Mouton Rotschild geweest, een keer bij Lafitte Rothschild en een ander evenement op Château Haut Brion met de prins van Luxemburg, Robert Clarence Dillon.

Dit keer was het diner op Château Margaux, omdat daar een nieuwe kelder ruimte door architect Norman Foster werd geopend. Maartje mocht deze keer mee en we warden met een bus uit Bordeaux naar het chateau gebracht, beiden keurig in avond kleding.

Er was een grote tijdelijke ruimte achter het château gemaakt voor honderden gasten. Guy Savoy was de chef kok en er waren wat interessante wijnen.

Wij zaten aan tafel met Philippe Sereys de Rothschild en zijn vriendin, de actrice Carole Bouquet. Philippe is no de baas van het wijngoed Rothschild na het overlijden van zijn moeder Philippine. De baronesse was een actrice die een Rothschild had getrouwd. Philippe combineert de naam van zijn vader en die van zijn moeder en het familie bedrijf.

We waren het hele weekeinde in de stad. Eerst hadden we Emma bezocht in de Ariège en daarna gingen we bij Hans en Siranouche langs omdat het haar verjaardag was.

We hadden maanden geleden al geboekt omdat Bordeaux vol zit rond de Vinexpo en de prijzen door het dak gaan. We gingen terug naar een soort hotel waar we een keukenhoek hadden en niet dagelijks door schoonmakers werden gestoord.

Het hotel ligt vlak bij de kades in de Chartrons wijk. Vernoemd naar een Kartuizer klooster, was deze wijk lang het centrum van de haven overslag toen Bordeaux nog een grote handelsrol speelde. Daarna zijn de hangars in onbruik geraakt en werd de achterliggende wijk een soort “zone” voor krakers, junkies en anderen.

De kade is gerestaureerd en er is nu een heel mooi waterkant vanaf het centrum tot de Chaban Delmas brug. De hangars zijn verbouwd en daar zijn nu factory outlet stores, restaurants, een evenementen gebouw en parkeer garages op het dak.

De wijk er achter wordt nu steeds leuker, met winkel straatjes, nieuwe en moderne complexen en gerestaureerde oudbouw. We zouden er best kunnen wonen, vooral met uitzicht op de rivier. Wie weet komt het er eens van.

We moeten dan wel opschieten want in 2017 is er een nieuwe hoge snelheidslijn tussen Bordeaux en Parijs die de reistijd tot twee uur terugbrengt van meer dan drie uur nu. Dan zou je bijna dagelijks kunnen pendelen..

Veel van mijn huidig werk zou ik ook vanuit Bordeaux kunnen doen, ik moet er wel wat klanten bij hebben en we moeten dan natuurlijk wel even een huis vinden, en voor kopen heb je geld nodig en voor huren heb je vaak een vast contract nodig….Details, details.

 

Wat fluit daar in struikgewas?

Sinds kort hebben een van onze buren een stel zangvogeltjes in een kooi buiten op hun terras. Het fluit en roept en zingt dat een lieve lust is. Nu horen en zien we ook een soort kanarie op het scheidingsmuurtje zitten. Wij denken dat het een tamme vogel is die ergens ontsnapt is, en nu zangcontact zoekt met de gekooide fluiters. De honden van mevrouw L., die los op het terrein lopen en die vogels horen, snappen het niet helemaal meer.

Mirage

Mirage

Chantilly

Een dromige naam voor een oud stadje. De Franse naam voor slagroom komt hier vandaan, waarschijnlijk omdat het hier gegeten werd in de fraaie gebouwen. De prinsen van Condé, de Aga Khan, de bezoekers van de paarden renbaan. Ze konden er wat van.

Paarden speelden lang een rol en er staan nog grote stallen en er is een paard museum.

We gingen er heen omdat het mooi weer was en omdat er een televisieprogramma was geweest met fraaie dingen uit het museum van de Condé’s.

We reden over de snelweg en toen over Orry La Ville – waar het Nederlandse oorlog ereveld is – door de landen en bossen naar Chantilly. Eerste stop een parkeerplaats waar ze vier euro per uur wilden hebben, dan maar doorrijden. Uiteindelijk het stadje door en weer terug en toen hebben we de auto voor de renbaan geparkeerd en hebben we de rest gelopen.

Het was mooi weer en het kasteel lag er fraai bij, maar ook daar was het entreegeld best wel hoog voor een korte visite.

We gingen het dorp in en dronken wat bij cafe L’Etrier. Onderwijl reden er oldtimers langs, vooral cabrio’s, en ook een aantal nieuwe Porsche’s.

Veel geld dus, en een duur hotel. We gingen terug naar de renbaan om in het gras wat te eten en daarna met de auto naar de abdij van Royaumont. Ook mooi in het zonnig weer. Ook best duur, tenzij je een goed omlijnd plan hebt om er iets te bezichtigen.

Dan maar langzaam terug naar Saint-Germain-en-Laye waar het ook mooi is maar wel wat levendiger.

Chantilly

Chantilly

 

Bezoek aan de Garde Républicaine

Onze vrienden van de VIP (Vlamingen In Parijs) organiseerden een bezoek aan de Garde Républicaine op zaterdag 7 februari. Het is bijna traditie dat wij dan ook aansluiten bij hun activiteiten. Dus geen uitslapen op zaterdagochtend.

Om 09.45 zaten we in de RER naar Parijs. Het was een mooie heldere, ijskoude dag. Het verbaast me altijd weer hoe snel je in Parijs aankomt (mits de treinen rijden, natuurlijk)… Via een overstap (op Les Halles) op de metrolijn 7 waren we binnen 45 minuten op de plaats van bijeenkomst: 18 Boulevard Henri IV.

We werden van harte welkom geheten door Frederik Boriau, de sympathieke voorzitter van de VIP. We werden in twee groepen gesplitst, en na het vertoon van onze id-bewijzen en een snelle controle van onze tassen, gingen we naar binnen. Het is een mooi complex en als je er rondloopt waan je je niet in het centrum van Parijs.

Op het programma stond een bezoek aan het museum, waar je een overzicht kon zien van de verschillende kostumes en de geschiedenis in vogelvlucht van de garde. Daarna bezochten we de manege en de paardenstallen. Ja je leest het goed, paarden. Hier bevinden zich de paarden van de garde. Indrukwekkend hoor om deze edele dieren van zo dichtbij te bewonderen.

Zelfs hier is sprake van hiërarchie: de paarden van de officieren hadden een eigen stal. Dit in tegenstelling tot de paarden van de `gewone` soldaten, die stonden in kleinere afscheidingen in een groot gebouw. De rondleiding duurde in totaal 1.5 uur. Na afloop zijn we met een man of 9 gezamenlijk gaan eten bij het restaurant Les Remparts, een bistroachtige gelegenheid.

Onder het genot van een glas Cahors (2010) hebben we nog gezellig nagetafeld. Al met al was het een dag très sympa.

Gueule de bois

Een bizarre dag zo terug in Parijs na onze tripjes rond Kerst en Nieuwjaar. Ik kwam uit de kleedkamer bij de Zweedse gym en ontving een SMS van Maartje die na het zwemmen naar de Lottoboer was gegaan – aanslag in Parijs bij Charlie Hebdo.

Parijs was al op hoog alarm vanwege de strijd tegen Isis en vanwege een groep in Frankrijk opgegroeide extreme Moslims zoals Mohammed Mehrad, die soldaten in burger doodschoot in de buurt van Toulouse in 2012 en Mehdi Memmouche die verdacht wordt van de aanslag op het Joods museum in Brussel in 2014.

Charlie Hebdo was niet mijn favoriete blad. Het was uiterst provocerend met soms kinderlijke tekeningen met blote lichaamsdelen en grove teksten. Ze hadden cartoons geplaatst met Mohammed maar ze stoken ook de draak met andere religies, ze stoken in feite de draak met iedereen.

Toen ik uiteindelijk thuis was bleken er 12 mensen te zijn neergeschoten, waaronder twee politiemensen, een schoonmaker en negen journalisten/tekenaars. Twee van de slachtoffers waren van Moslim achtergrond, immigranten kinderen die een baan in de Franse gemeenschap hadden gevonden als politieman en corrector.

De laatste aanslagen in Parijs waren in 1995, zoals die bij het trein station Saint Michel, door de GIA, een extremistische Islamitische groep uit Algerije. We woonden toen ook in Parijs.

In Londen hebben we op grote afstand de IRA aanslag op Bishopsgate in 1993 meegemaakt.

Het is helaas een kwaad dat vaker voor komt. In een open democratie kunnen geïsoleerde gewapende mensen aanslagen plegen. Om dat te voorkomen heb je een repressieve staat nodig, en dat is niet wat we willen.

De aanslag op Charlie Hebdo is een nieuwe aanslag op de vrijheid en we zullen er meer meemaken. Frankrijk kan niet haar strijd tegen Isis en voor democratie en vrijheid opgegeven.

In die zin heb ik ook een stukje voor Forbes geschreven, op verzoek van de hoofdredacteur. Het is moeilijk snel een mening te hebben en het was al helemaal moeilijk om in de eerste uren meteen de vinger te wijzen naar Islamitische strijders. Dat was wel logisch, maar niet bewezen. Zelfs de leuze over Allah en Mohammed kon uit een andere hoek komen. Later in de dag bleken de verdachten Franse jongeren te zijn die extreem Islamitisch waren geworden en naar Syrië waren geweest om te strijden.

Net zoals Mehrad hadden de veiligheidsdiensten ze in de gaten, maar kennelijk niet voldoende of er was nog niet voldoende bewijs. In Nederland zitten een aantal vermeende sympathisanten van verdachte terroristen al in strikte afzondering. Dat is de andere aanpak. Die mensen zouden onterecht in de bak kunnen zitten terwijl in Frankrijk wellicht mensen onterecht vrij rond lopen.

Ik vond het wel een beetje jammer dat ik niet op de redactie van Reuters zat want bij deze grote zaken gaat het journalisten adrenaline harder stromen. De verontwaardiging bij andere mensen ook en er waren grote bijeenkomsten in Parijs en elders van mensen die hun medeleven wilden tonen. Een heel land had een kater (gueule de bois – houten keel – in het Frans)

We hebben maar weinig van de TV beelden gezien want in onze kleinere kring was er goed nieuws omdat Jimmy na een zware medicijnenkuur van z’n hepatitis A af is en dat werd met een etentje bij hun gevierd. De volgende dag, donderdag, ging Maartje voor het laatst naar de OESO binnen het huidige contract. Wellicht over zes maanden weer een nieuw contract. In de tussentijd dus even niets.

Mijn bedrijfje loopt wel een beetje; ik heb in 2014 zonder de hele tijd te werken toch de helft van mijn Nederlandse Reuters salaris bijeen geschraapt en moet wellicht nu de juridische status van het bedrijfje veranderen. Maar de opdrachten komen onregelmatig en ik bouw amper pensioen op. Vandaar die Lotto boer.

Dus 2015 is spannend voor ons tweeën en ook voor Frankrijk. Wellicht wordt het wat duidelijker in de politiek en komt er ook wat economische groei en dat is dan goed voor opdrachten en banen.

Met de kerst waren we in Nederland en daar zagen we niet veel littekens van de crisis. In Meerssen sloot een inrichtingsspeciaalzaak maar voor de rest was er veel klandizie op straat, ook in Maastricht.

Bij Emma in de Ariège gingen de zaken goed bij Bistrot Castignolles maar in de verdere streek houdt het niet over. Bij Hans en Siranouche in de Lot zagen we ook lege winkels in Labastide Murat en veel huizen te koop.

Maar ja, onzekerheid is nu eenmaal een vast gegeven in een leven.

Juist diegenen die denken alles geregeld te hebben krijgen de grootste verassingen. Wij staan open voor nieuwe dingen en we komen er wel uit, zij het eventjes met wat minder inkomsten, maar met nog altijd een mooi uitzicht en vooruitzichten. En waar hoop is, is leven.

Leve de hoop! Leve de vrijheid!

 

Montségur in de Ariège is het kasteel waar de Katharen zich verschanstten tijdens een religieuze vervolging door de katholieken in 1244. Zo'n 200 mensen werden verbrand nadat het kasteel overwonnen was.

Montségur in de Ariège is het kasteel waar de Katharen zich verschanstten tijdens een religieuze vervolging door de katholieken in 1244. Zo’n 200 mensen werden verbrand nadat het kasteel overwonnen was.

 

Kitesurfing op het strand van Wissant

Aan de opaalkust

Het najaarsweer bleef mooi en daarom besloten we er nog een weekeindje op uit te gaan. Ik dacht aan de bossen in Bourgondië rond Avallon en Maartje wilde naar de kust. Niet naar onze “gebruikelijke” kust van St Valery-en-Caux, Dieppe of St-Valery sur Somme maar wat hoger – de Opaalkust ten zuiden van Calais.

Calais? Maar dat is toch een saaie havenstad met ferry’s en vluchtelingen? Ja, maar de buurt is niet saai. We wilden Cap Gris Nez bezoeken, en Boulogne sur Mer, Montreuil sur Mer, Etaples. We kenden Touquet en Berck al een beetje als grote strandplaatsen  die eigenlijk niet erg interessant zijn.

Het vinden van een hotel was niet echt makkelijk maar we vonden een klein etablissement met redelijke prijzen in Stella Plage, een zeestrand centrum uit de jaren 30 die de architectuur uit die tijd behouden heeft, met veel nieuwere gebouwen.

Op de heenweg stopte we eerst in Etaples, een vissersdorpje waar we een kleine lunch hadden met heerlijk bulots. Daarna naar Le Touquet, dat levendig maar te “aangelegd” was met allerlei vertier op het strand.

Dan de kleinere strandplaatsen, die zijn nog leuk. Hier in het noorden is er strand, de rest van Frankrijk heeft steentjes tot aan de Baskische kust, met wat kleine uitzonderingen.

In Berck was er een motorcross evenement dus daar zagen we het strand niet.

Het hotel was mooi en schoon, met een tuin waar we in konden zitten. Het hotel heet Les Sables D’Or (stranden van goud..) en licht vlak bij de duinen maar best een stuk lopen van het strand vandaan, waar je een Kurhaus straat kunt vinden. Ok het strand is zandgeel en met een beetje fantasie en goed licht is het goud-kleurig.

Het door hun aanbevolen restaurant was al vol, een ander kon ons pas na een uur ontvangen, dus toen maar een kleinere optie ergens in de donkere buurten (donker vanwege weinig licht waar de Q5 met GPS ons zonder problemen door heen loodste). Chez Claudine. No nonsense, wel lekker buffet en goede vis. Er was een interessante hond – een Picardische Herdershond (Berger Picard/Picardische Herder), wel zo toepasselijk.

Op zondag na het ontbijtbuffet naar Boulogne sur Mer, waar boven op een heuvel een citadel ligt, met Middeleeuwse straatjes en een fraaie Basiliek. In de haven was een markt en een zeerobbenshow. Verder naar het noorden via de kust en Cap Gris Nez (Grijzeneuskaap) – dat zijn in de zee uitstekende rotsen waarvan je goed de Engelse overkant (cliffs of Dover) kunt zien. Hier is het kanaal het smalst – daarom mikken de Kanaalzwemmers er op en  zijn hier in de buurt de kanaalboten en de Eurotunnel. Maar niet op deze beschermde natuurplek waar we een zeehond zagen vissen tussen de aalscholvers en meeuwen.

Toen we erheen reden dacht ik een eilandje te zien, en ik was verbaasd want er zijn hier toch geen eilanden? Nee, dat waren het niet, het waren langzaam varende gigantische containerboten.

Containerboot in het Kanaal

Containerboot in het Kanaal

De kust is hier mooi, we reden wat verder en zochten een plek om te eten maar dat bleek niet mogelijk vanwege de drukte. Uiteindelijk aten we wat frites in Calais, bij een park tegenover het gemeentehuis, in een kraam waar we geholpen werden na een groepje van jonge Somaliërs.  Vluchtelingen?

Op  de terugweg hebben we de plek van de “stad van gouden tentzeil” bezocht –  (Camp du Drap d’Or) tentenkampen waar François I en Henry VIII gesprekken hielden in Juni 1570. Calais was toen nog Engels en de twee hadden zo een “buurtgesprek” in enorme luxe tenten. Na de gesprekken, en ondanks alle hartelijke beloften, ontmoette Henry de Spaanse keizer Charles V en koos zijn zijde en niet die van Frankrijk . Het ‘perfide Albion’ kwam de reputatie na.

 

Camp du drap d'Or

Camp du drap d’Or

Nu is er niets meer van te zien, het zijn agrarische velden en kanaaltjes houden de voormalige moerassen droog; Een eenzame fietser fietste tegen de wind in.

We maakten daarna nog een stop in het kleine dorpje Montreuil-sur-Mer (dat absoluut niet aan de zee ligt maar wel veel dichter bij de zee is dan alle andere Montreuil’s – en de zee was vroeger dichterbij). Kopje koffie, plas stop en terug met de auto naar Saint Germain. Onderweg begon het te regenen, we hebben weer geluk gehad met het weer.