Kitesurfing op het strand van Wissant

Aan de opaalkust

Het najaarsweer bleef mooi en daarom besloten we er nog een weekeindje op uit te gaan. Ik dacht aan de bossen in Bourgondië rond Avallon en Maartje wilde naar de kust. Niet naar onze “gebruikelijke” kust van St Valery-en-Caux, Dieppe of St-Valery sur Somme maar wat hoger – de Opaalkust ten zuiden van Calais.

Calais? Maar dat is toch een saaie havenstad met ferry’s en vluchtelingen? Ja, maar de buurt is niet saai. We wilden Cap Gris Nez bezoeken, en Boulogne sur Mer, Montreuil sur Mer, Etaples. We kenden Touquet en Berck al een beetje als grote strandplaatsen  die eigenlijk niet erg interessant zijn.

Het vinden van een hotel was niet echt makkelijk maar we vonden een klein etablissement met redelijke prijzen in Stella Plage, een zeestrand centrum uit de jaren 30 die de architectuur uit die tijd behouden heeft, met veel nieuwere gebouwen.

Op de heenweg stopte we eerst in Etaples, een vissersdorpje waar we een kleine lunch hadden met heerlijk bulots. Daarna naar Le Touquet, dat levendig maar te “aangelegd” was met allerlei vertier op het strand.

Dan de kleinere strandplaatsen, die zijn nog leuk. Hier in het noorden is er strand, de rest van Frankrijk heeft steentjes tot aan de Baskische kust, met wat kleine uitzonderingen.

In Berck was er een motorcross evenement dus daar zagen we het strand niet.

Het hotel was mooi en schoon, met een tuin waar we in konden zitten. Het hotel heet Les Sables D’Or (stranden van goud..) en licht vlak bij de duinen maar best een stuk lopen van het strand vandaan, waar je een Kurhaus straat kunt vinden. Ok het strand is zandgeel en met een beetje fantasie en goed licht is het goud-kleurig.

Het door hun aanbevolen restaurant was al vol, een ander kon ons pas na een uur ontvangen, dus toen maar een kleinere optie ergens in de donkere buurten (donker vanwege weinig licht waar de Q5 met GPS ons zonder problemen door heen loodste). Chez Claudine. No nonsense, wel lekker buffet en goede vis. Er was een interessante hond – een Picardische Herdershond (Berger Picard/Picardische Herder), wel zo toepasselijk.

Op zondag na het ontbijtbuffet naar Boulogne sur Mer, waar boven op een heuvel een citadel ligt, met Middeleeuwse straatjes en een fraaie Basiliek. In de haven was een markt en een zeerobbenshow. Verder naar het noorden via de kust en Cap Gris Nez (Grijzeneuskaap) – dat zijn in de zee uitstekende rotsen waarvan je goed de Engelse overkant (cliffs of Dover) kunt zien. Hier is het kanaal het smalst – daarom mikken de Kanaalzwemmers er op en  zijn hier in de buurt de kanaalboten en de Eurotunnel. Maar niet op deze beschermde natuurplek waar we een zeehond zagen vissen tussen de aalscholvers en meeuwen.

Toen we erheen reden dacht ik een eilandje te zien, en ik was verbaasd want er zijn hier toch geen eilanden? Nee, dat waren het niet, het waren langzaam varende gigantische containerboten.

Containerboot in het Kanaal

Containerboot in het Kanaal

De kust is hier mooi, we reden wat verder en zochten een plek om te eten maar dat bleek niet mogelijk vanwege de drukte. Uiteindelijk aten we wat frites in Calais, bij een park tegenover het gemeentehuis, in een kraam waar we geholpen werden na een groepje van jonge Somaliërs.  Vluchtelingen?

Op  de terugweg hebben we de plek van de “stad van gouden tentzeil” bezocht –  (Camp du Drap d’Or) tentenkampen waar François I en Henry VIII gesprekken hielden in Juni 1570. Calais was toen nog Engels en de twee hadden zo een “buurtgesprek” in enorme luxe tenten. Na de gesprekken, en ondanks alle hartelijke beloften, ontmoette Henry de Spaanse keizer Charles V en koos zijn zijde en niet die van Frankrijk . Het ‘perfide Albion’ kwam de reputatie na.

 

Camp du drap d'Or

Camp du drap d’Or

Nu is er niets meer van te zien, het zijn agrarische velden en kanaaltjes houden de voormalige moerassen droog; Een eenzame fietser fietste tegen de wind in.

We maakten daarna nog een stop in het kleine dorpje Montreuil-sur-Mer (dat absoluut niet aan de zee ligt maar wel veel dichter bij de zee is dan alle andere Montreuil’s – en de zee was vroeger dichterbij). Kopje koffie, plas stop en terug met de auto naar Saint Germain. Onderweg begon het te regenen, we hebben weer geluk gehad met het weer.

 

 

De abdij van Hautvillers

Weekeindje Champagne

Na ons mooie lange weekeinde in Chablis, een bliksembezoek aan Nederland en zowaar een weekeinde gewoon thuis – nou ja, wel met een haringfestijn in een café in Parijs vanwege Leidens Ontzet – gingen we weer op pad.
Dit keer naar de Champagne. Omdat we al een tijd er niet geweest zijn en omdat we de caves van Harlin wilden bezoeken. We vinden die champagne lekker nadat we die hebben leren kennen via de OESO (ja ja, alleen met Nieuw Jaar hoor).
Nu lag Reims redelijk snel te bereiken vanuit ons oude adres in het 20ste maar voor Saint-Germain-en-Lay ligt het aan de andere kant van Parijs dus we moesten eerst om de stad heen en dat nam heel veel tijd in beslag. Ten eerste stond een stuk van de A86 blank door wateroverlast –- niets vergeleken met Montpellier en de Gard maar een vierbaans weg had drie banen op een plek waar twee wegen samenkomen en dat gaf een opstopping.
Later was er een ongeluk tussen een voorkruiper die vanuit de vluchtstrook de weg op ging en kennelijk niet de onterecht verwachtte voorrang kreeg. Maar daardoor stond de rechter rijbaan geblokkeerd en honderden auto’s stonden vast voor een “connard”.
Toen we eindelijk op de A4 zaten was de dag al gevorderd. Zo’n 150 km later gingen we van de grote weg af en reden door het glooiende landschap van de Champagne naar Hautvillers. Daar staat een abdij waar Dom Perignon experimenteerde met het maken van een bruisende wijn, nadat hij in een klooster in Limoux had gezien hoe ze daar de blanquette maakten. Zo kwam champagne tot leven.
We begonnen met een lunch in een plaatselijk en aanbevolen restaurant maar het was niet de prijs waard, de slakken verzopen in de crème en er lag een groot blad sla als decoratie over het gerecht. Daarna had ik een overgekookte uitgebeende kwartel, met weliswaar een interessante groente combinatie met witlof, groene kool, knollen en aardappel maar het werd verstoord door wat slappe blaadjes selderij op een schijfje tomaat. Ik had bijna de tomaat niet geproefd maar Maartje, die een kalfstoofpot had, zei dat er een anijssmaak aan zat. Geen dessert en de kaas kon je niet kiezen dus laat maar.
Daarna naar de abdij en een wandeling in de wijngaarden in schitterend zonnig herfstweer die de regen van de ochtend deed vergeten.
We zouden naar Harlin gaan en wisten dat de eigenaar er niet was vanwege een “salon” ergens maar zijn zoon zou ons ontvangen. We belden en konden er na vijf uur terecht en zij in de tussentijd in Epernay wat gaan rond lopen. Best interessant, veel winkels met champagne…Er zijn meer dan een duizend merken champagne, de grote merken en vele onafhankelijke wijnboeren en het is heel moeilijk om je weg te vinden.
We konden ook niet een hele serie proeverijen afgaan, nou ja –- dat kan in principe wel maar elk slokje is toch een alcoholische drank.
Bij Harlin in Port à Binson werden we rondgeleid door het productie proces. Het was koel in de caves die in de rotsen zijn gebouwd en in de zaal met de fermenteringsvaten was het warm omdat de gistbacteriën druk bezig waren de druivensuiker in alcohol om te zetten. Met water leidingen boven de Inox vaten wordt de temperatuur gecontroleerd. Na de eerste fermentering volgt een tweede. Tot dan toe zijn de verschillende druivensoorten apart gehouden. Een proeverij door de eigenaar en een oenoloog bepaald de verhouding in een poging de ‘huissmaak’ te behouden. Een derde van de productie wordt opzij gezet voor het volgende jaar, terwijl de reserve van net vorige jaar wordt bijgemengd voor de consistentie. Daarna hebben we wat geproefd, en gekocht.
We gingen daarna naar Reims waar we een goedkoop hotelletje hadden. De weg er naar toe was in het begin interessant, met de Marne bij Port à Brisson en een enorm beeld van paus Urbanus II (die uit deze streek kwam). Het hotel was op een groot winkelgebied, we hebben eigenlijk alleen de rondweg van Reims gezien. Om te eten hadden we de keuze tussen Quick, KFC of Pizza Paï. Een brasserie Le Hangar leek te ver weg. Het werd Pizza Paï en dat was helemaal niet zo slecht als we hadden gevreesd –- onbeperkt antipasti buffet vooraf (we gingen maar één keer maar je mocht vaker) en daarna had Maartje een Pizza Napolitaine en ik een stukje rundvlees met gorgonzola saus, spaghetti en een salade (let wel, kleine stukjes salade, met een vinaigrette, niet zomaar een groot blad onbewerkte sla zoals in de middag).
Op de kamer hebben we nog wat voetbal gezien, Frankrijk Portugal,en toen naar bed.
Die zondag zijn we via Condé sur Marne naar Epernay gereden –- dat was leuk over kleinere wegen door de velden, met wijndorpjes zoals Bisseul (Veuve Cliquot Ponsardin), Mareuil sur Ay (Billecart Salmon) en Ay (Moët et Chandon en de distilleerderij van Jean Goyard); In Epernay kochten we een ontbijt broodje bij Paul en zochten we de zondagsmarkt. Dat bleek uit 5 kraampjes te bestaan. Snel gezien dus.
We gingen op de terugweg via de secondaire wegen en niet de péage. Daardoor kwamen we in Montmort-Lucy – fraai kasteel en lekkere koffie – Montmirail en La Ferté-sous-Jouarre. Dat klonk mooi en lag aan de Marne dus we dachten daar te lunchen. Echter, de keuze was een traiteur Asiatique of een Sandwich Grec, of een gebraden kip van de markt (daar wel 8 kraampjes). Dat deden we niet. We kochten wel een Coulommiers kaas omdat dat dorpje maar een paar km zuidelijker lag. De onze was een Saint Faron, van rauwe melk en die wordt in Meaux (bekend van de brie) gemaakt. Maar hoewel het ambachtelijk leek, en lekker smaakte, is het een merk van het grote Lactalis die de productie van de Brie de Meaux doet in een fabriek in de Meuse. Om eht ingewikkeld te maken, de fabriek in Meaux maakt de brie de Melun en Coulommiers –- dat zijn kleinere ronde zachte kazen en die worden ook in kleinere hoeveelheden gemaakt.
We kochten de rest van de lunch bij een locale supermarkt en reden verder. Al snel werd de omgeving saaier en toen begonnen de buitensteden van Parijs en reden we maar door naar huis en hebben we daar, een beetje laat, brood met kaas gegeten.

Chablis

Chablis

Maartje had wat dagen vrijaf kunnen nemen en we zijn naar Chablis gegaan, midden in de wijnoogst. Het was mooi en zonnig weer. We hadden een gite gehuurd bij de familie Jolly, wijnbouwers in Maligny. We waren daar al eens eerder geweest.
Op vrijdag eerst naar Vincelottes waar we lunchten bij de auberge des Tilleuils ar ik goede dingen over had gehoord. Het was er erg kalm dus Alain Renaudin had alle tijd om ons zijn champignons te laten zien en de kazen en de keuken en de wijnkelder. Toen hij hoorde dat we Daniel-Etienne Defaix kenden was hij helemaal niet te stoppen.
Het is niet goedkoop om bij hem te eten. Hij had ook al wild gerechten à la carte maar we bleven bij een menu met ganzenlever, eendenborst en ik had snoekbaars. Daarbij wat champignons –- boomhaas en biefstukzwam. Als nagerecht een kleine keuze uit wel honderd kazen, één flesje witte wijn erbij (Defaix, Les Lys, 2002) en daarna koffie op het terras. Het duurde een aantal uren zodat ik een gesprek voor werk maar uit de auto heb gedaan.
Na de leuke oponthoud naar het huisje. Fons kwam met zijn camper die op het erf kon staan.
Bij de Jolly’s proefden we verse jus van de druiven die drie dagen eerder waren geoogst. Jolly verkoopt 80 procent van de wijn aan het merk William Fèvre, de rest zelf in flessen.
De zaterdag gingen we de wijngaarden in waar druk werd geoogst. Met de 4×4 reden we de hevels op op zoek naar de wijngaard van Daniel-Etienne. Die vonden we maar hij was er niet. We kwamen hem tegen op zijn bedrijf waar ze druiven aan het persen waren, hij zocht wat slakken uit het afval.
“Het is een teken dat we natuurlijk produceren –- diegenen die chemicaliën gebruiken hebben geen slakken in de planten. De slakken waren grote Bourgondië slakken die de suikers van de druiven lekker vinden. Ze gaan een paar dagen nu nuchter gehouden worden en dan vind de wijn boer ze wel lekker.
Bij hem dronken we de verse oogst van Les Lys, Vaillon en Cote de Léchet en die hadden duidelijke verschillen. We kochten een paar dozen en daarna lunchen in Chablis.
Op zondag gingen we naar de markt en aten we in de gite. Fons vertrok en wij bleven lezen in het huisje. Op maandag hebben we de Abdij van Pontigny bezocht, heel fraai, en reden we binnendoor in het gebied pays d’Othe en daarna via de A5 en A6 naar huis. Alsof we een hele tijd waren weg geweest.

Dinard

Reizen of schrijven

De vakantie is alweer een tijdje voorbij maar dat wil niet zeggen dat we stil zaten. Uiteraard kwam het werk weer op gang, meteen voor Maartje op kantoor en wat trager voor Marcel omdat nieuwe gespreksafspraken moesten worden gemaakt. Maar met een aantal nieuwe projecten loopt dat ook weer hoewel er nog veel mensen op vakantie bleken en dus niet konden praten.
Er wordt aan de RER gewerkt dus er is een busverbinding met het station van Le Pecq. Marcel heeft deze maand geen abonnement genomen want de zaal van Zweedse gym wordt verbouwd en door de vele vrije dagen was het geen goede investering.
We hebben met Stanneke en Frederic gegeten in het restaurant la Feuillantine in Saint-Germain en een week later in Lamfé bij de Hallen met Hubert Habib –- een Fransman met Nederlandse vrouw die naar Parijs gaat verhuizen –- en Stanneke die alleen was want man en kinderen waren op vakantie.
Toen kwam Marcel’s verjaardag in de buurt en in Frankrijk is 15 augustus een vrije dag. Normaal hebben we het huis vol rondom mijn verjaardag met mijn ouders en soms ook broer en Rian. Maar dit jaar gingen we de week daarna naar Nederland voor onze huwelijksverjaardag.
We besloten er op uit te gaan en wel naar Dinard. Eigenlijk een tweede keuze want Saint Malo was vol, behalve belachelijk dure kamers, maar uiteindelijk hadden we in de roos geschoten.
De reis er naar toe was behoorlijk nat, maar toen we in le Vivier-sur-Mer een traditionele stop maakten om oesters te eten was het al droog. In Dinard hadden we een hotel gevonden dat een beetje aan de buitenkant lag maar de kamer was goed, we hadden een parkeerplek en we hoefden maar een paar straten af om in het centrum te komen en nog een paar straten voor het strand.
Het was zonnig en warm. We hebben langs de rotsen gelopen, op het strand gezeten, winkeltjes bezocht, kleding en boeken gekocht, gesnuffeld. De overdekte markt was geweldig, de zaterdag openlucht markt voornamelijk druk.
Eén avond aten we in Le Grill Coté Soleil (vissoep en gegrilde sardines) en daar zagen we een prachtig schilderij van sardines. Het was te koop, en we namen het mee als een huwelijkskado voor elkaar. We wisten toen nog niet dat onze familie ons een schilderij wilde schenken voor onze zilveren trouwdag…
De zondag reden we terug, wederom in de regen maar de auto is waterdicht.
Minder dan een week later weer op weg. Maartje had uiteindelijk toch wat extra vrije tijd gekregen in de vorm van vrijdagmiddag, maandag en dinsdagochtend. Maar we hadden onze overnachtingen en reisje al ingevuld op de basis van een kort weekeinde. Op vrijdag reden we naar een bed en breakfast in de buurt van Valenciennes om op zaterdag naar Meerssen te rijden. Daar namen we de lunch met Martine op het terras van een café op de markt, het was toen even zonnig, en gingen daarna naar Cor in zijn tijdelijk onderkomen in Clevarie in Maastricht. Daarna naar Gulpen waar mijn ouders Hille en Truus, Hans en Bep en Edwin en Rian in een vakantie huisje zaten. Praten, Grieks eten halen want er was geen afhaal Chinees in de buurt en daarna naar onze overnachting plek in buitenplaats Vaeshartelt.
Ooit een buitenverblijf van rijke industriëlen, heeft Vaeshartelt goede en slechte tijden gekend.
Het was nog niet zo gek lang geleden een jeugdherberg waar Maartje’s moeder sliep wanneer ze Cor ontmoette in Limburg. Toen we er onze huwelijksreceptie hielden was het al een feestzalen complex maar het was nog wat bouwvallig. Nu, daarentegen, is het een luxe hotel/restaurant/zalen complex na een fraaie verbouwing die de oude buitenmuren combineerde met moderne binnenbouw.
We hadden een grote kamer, luxe en modern. Wel vroegen we ons af waarom we helemaal aan het einde van de gang waren geplaatst maar later bleek dat een goede gunst. Die avond was er een enorm huwelijksfeest gaande tot in de kleine uurtjes en wij zaten ver van het geluid af terwijl de feest gasten dichter bij de “bron” sliepen. De volgende ochtend om acht uur was de feestzaal weer omgetoverd tot schone ontbijt zaal.
We hebben de ochtend in het park en de tuin doorgebracht totdat onze gasten kwamen tegen de middag. Eerst verzamelen op het terras en toen naar een fraaie zaal op de begane grond, met toegang tot de tuin voor een streekgerechten lunch buffet. Het eten was goed, de gesprekken liepen vlot, de kinderen konden van tafel af de tuin in en andere dingen doen, en het personeel zorgde ervoor dat iedereen te drinken had. We kregen verschillende kado’s van de gasten en het “pièce de résistance” was een tegoedbon voor een schilderij. Dus we konden ons voorstellen dat de planners van dat kado het niet erg leuk vonden om te lezen dat we onszelf al een schilderij hadden gekocht.
We kregen een tegoedbon om te besteden bij onze bevriende Nederlandse kunstenaar in Parijs, Jos Verheugen. Ook kregen we een originele Siemen Duijzings met een Eiffeltoren en een Truus Michelson borduurwerk ter gelegenheid van het huwelijk met slakken voor Frankrijk en tulpen voor Nederland.
Die avond reden we naar Mons. Onze “gebruikelijke” hotels hadden geen plek dus we hadden iets gevonden in “Hotel Dream!”. Het was moeilijk te bereiken vanwege weg- en riool-werkzaamheden in verband met het komende jaar wanneer Mons de culturele hoofdstad van Europa is, en ik moest mijn auto sleutel achterlaten zodat het verplaatst kon worden op de parkeerplaats waar de auto’s twee rijen diep stonden. Het bleek een voormalige abdij met de oude elementen zoals kerkramen met glas in lood en heiligen beelden. Maar het tapijt en de muurschilderingen waren uiterst modern en de kamer groot, douche en badkamer modern en heerlijk. Het bed was wel voor drie personen en er was een zithoek in een erker.
We hebben bij Excelsior garnalen kroketten gegeten en bier gedronken en bij een kraampje “escargots de Mons” gekocht wat gekookte wulken bleken te zijn.
Op maandag wilden we eigenlijk naar Douai gaan. Maar op de vrijdag hadden we contact met een Facebook bekende die in die buurt woonde en er bij ons op aandrong om langs te komen. Dus na het ontbijt reden we eerst naar Jenlain (waar de brouwerij erg klein bleek) en toen naar het Relais Champêtre tussen le Quesnoy en Gommegnies, een verbouwd café waar Nathalie Banckaert woont met partner Ludovic en jongste zoon Vincent, als wel hond Eden en een dozijn katten.
Nathalie is een nicht van onze vriend Fons Triest, de moeders waren zussen als ik het goed heb.
Nathalie is een erg hartelijke vrouw, maar ook onzeker en ze was nerveus om toch onbekende mensen te ontvangen. Nu zit ze dan ook vaak alleen in dat huis. Manlief werkt bij Toyota, de kinderen zijn de deur uit en volgende week gaat ook Vincent weer naar school .
Ze had een lunch gemaakt met kip met Maroilles saus (dat is een lokale sterk ruikende koeien kaas) en een appeltaart van eigen oogst. Maar er was als apéro ook worst en chips en olijven en er was kaas na. We waren er wel vier uur. Ook om de grote tuin te bekijken met de vruchtenbomen, het uitzicht, de buur koeien, de muziek kamer en de serre die de nieuwe badkamer gaat worden.
Eén van de poezen was zwanger maar toen we het kleine zwarte beestje zagen leek ze geen dikke buik te hebben –- later zag ik haar met iets in haar bek lopen; ze was kort daarvoor in het gras bevallen en droeg de overlevende kittens naar een schuilplek. Ze had haar worp een tijdje alleen gelaten voordat ze naar de plek ging en een katje was al dood. Dat is de natuur.
Laat in de middag gingen we weg, met een kaastaart, sinaasappel jam, kazen, een zak vol appels en peren en een fles notenwijn…Onderweg weer alleen regen, regen en regen. Terug bij Parijs zaten we mooi in de avondspits, toen weer thuis. Maartje hoefde dinsdag pas later naar werk.

Kreeft van Jos Verheugen

Kreeft van Jos Verheugen

Watermolen bij Marcilhac-sur-Célé. Er is daar een restaurant te koop...

Alweer voorbij.

Elk jaar weer kijk je reikhalzend uit naar de vakantie en dan geniet je een paar dagen en voordat je het weet is het weer helemaal voorbij.
We vertrokken net voor de Franse nationale feestdag. Het voetballen was net af gelopen en ik had het druk met mijn klant en Maartje op het werk.
De tocht naar het zuiden, over de snelweg, bracht ons heel veel regen totdat we bij de Dordogne afsloegen en via Saulieu de grote weg verlieten om bij Groléjac naar het hotel du Pont te gaan. Het was nog dicht. We hebben wat aan het water staan mijmeren en toen de famille Jardel weer terug was hebben we wat biljartjes gelegd en in de avond de gefrituurde kleine visjes gegeten.
De dag daarna gingen we langs bij Hans en Siranouche, waar er nog verdere verbeteringen aan de gîtes hadden plaatsgevonden, zoals een ligstoel opberg kast bij het zwembad en een nieuwe terrastafel voor de grote gîte.
Na bijpraten en een lekkere lunch gingen we naar Calvignac waar camping Ruisseau de Treil ligt. We namen binnenweggetjes en het was mooi weer. We vonden een grote plek en hebben met wat moeite de tent opgezet want het was al weer een paar jaar geleden dat we het gebruikten. Het ging redelijk, alleen verschoven de matrasjes in de tent die niet helemaal vlak lag en ik moest een paar keer per nacht naar het verre toiletblok door nat gras. En dan de natuur! De eerste avond, in het begin, was er lawaai van mensen bij een grote BBQ.Dat hielt op, maar de nacht was niet stil. Roofvogels zoals uilen schreeuwden om diertjes te verschrikken en te vangen, een vos blafte, volgels zongen op de gekste tijden.
We zijn er een paar dagen gewest en hebben in de buurt rond gereden door hele fraaie landschappen en oude ruïnes.
Daarna via kleine wegen richting Emma in de Ariège. Het was leuk daar weer te zijn en we hebben een paar dagen wat dingen met haar gedaan en thuis gekookt. Met z’in tweeën gingen we ook bij het restaurant Le Petit Gris in Tautavel langs op weg naar Port Vendres waar we sliepen. Daarna de bergen in met een overnachting in een goed en goedkoop hotel in Bolquere. De volgende dag terug naar Emma maar niet zonder een uitstap in de richting van Saint Girons door de lagere bergen van de Ariège.
Weer twee nachtjes bij Emma en daarna via een B route naar het Noorden. Eerst binnendoor tot Saint Antonin Noble Val, een Middeleeuws stadje met een leuk grill restaurant maar vanwege de regen met weinig klandizie. Daarna van Caussade tot Argenton vanwaar we binnendoor tot Aigurande gingen en het Hotel du Berry –- een oude herberg met aardig ontvangst (althans de mevrouw, de mijnheer/kok was liever elders maar hond Dexter was lief en speels).
De dag daar op weer kleine wegen naar Bourges, waar we rond gelopen hebben en genoten van de kathedraal en het huis van Jacques Coeur en waar we eens naar terg moeten… Toen over de B wegen naar Salbris voor een “zo-zo” lunch en daarna bij Orléans de grote weg op voor de laatste 200 km naar buis. Lekker makkelijk, wel druk op de weg.
En dan ben je er weer. Je droomt nog van zelf daar in het zuidwesten te wonen en werken, een restaurant of zo openen. Maar tegen het koele licht van de financiën en de obstakels zet je de dromen weer weg en ga je weer aan de bak in Parijs.

Althans, voor de komende tijd…

Maartje 'live' vanuit Dieppe op TV

Terug naar de kust! (Daarom Dieppe)

De eerste keer dat we naar Dieppe gingen vonden we er eigenlijk geen bal aan. Het was 1989, we waren net getrouwd en reden met een rode Golf en een tentje naar Frankrijk voor onze “lune de miel”. We stopten in Dieppe omdat we – toen al lekkerbekken en DVZKs (dubbelverdieners zonder koters) – wel zin hadden in een echte sole Dieppoise. We reden wat rond in een grauwe haven, parkeerden de auto ergens tussen twee haven bassins, en gingen eigenlijk al snel weer door naar Saint-Valéry-en-Caux naar een camping tegen de rotsen waar ik, nog jonger, met mijn ouders en Hans en Bep al eens een paar keer was geweest.

De eerste keer dat we echt teruggingen was een paar jaar geleden omdat een kennis en oud-collega van Maartje met haar vriend in een camper daar stond. Maartje had Fons al eerder een keer in Amsterdam ontmoet –- toen ik ergens anders was – en we gingen met de auto naar Dieppe en hadden een kamer in een hotel geboekt.

Het Dieppe wat we toen ontdekten was wel iets anders dan een kwart eeuw daarvoor en we zijn er sindsdien vaak terug gegaan. Dus toen Fons zei dat hij er weer een weekje was hoefden we niet lang na te denken. We hadden wat te doen op de zaterdagavond en zondag, maar Maartje had op vrijdag vrij genomen en we reden met de auto en een tent naar Saint Valéry om Fons daar na de ochtendmarkt te ontmoeten.

De bedoeling was om de tent uit te proberen voor later in juli.

Maar inmiddels werd Maartje op de hoogte van Rouen gebeld in de auto door de NOS die vroegen of ze de volgende ochtend een commentaar over voetbal kon geven. Dat kon wel, op zich, maar er bleek al snel dat ze dan al om half negen een verbindingstest moest doen, en om op te staan, tent af te breken en naar Dieppe te rijden was dat wat kort dag.

Na een lunch in Saint Valéry –- waar de camping niet meer op de rots is maar in een bos met allerlei voorzieningen en zo –- gingen we met de auto’s naar Dieppe. Onderweg en langs de weg hebben we de tent bijna helemaal opgezet (het blijft een Rubik’s kubus), vastgesteld dat de naden en elastiekjes goed zijn maar dat wat extra stevige haringen er wel bij moeten.

Daarna naar een supermarkt in Dieppe en na wat rondwandelen op de kades hebben we gegeten in de camper waar we later ook met z’n drieën sliepen. Maar ondertussen keken we wel naar de wedstrijd Frankrijk tegen Zwitserland in een aantal cafés en op het laatst in een strandtent. Het was rustig maar na de wedstrijd gingen veel jongeren luid claxonnerend rondrijden in auto’s met de Franse vlag.

De volgende ochtend was ik al vroeg op, onder andere omdat ik het koud had want onze slaapzakken lagen heel handig nog thuis, en ging naar het café “Mieux ici qu’en face” (Beter hier dan aan de overkant). Het is het enige café in Pollet, aan de overkant van de drukke kade waar de meeste restaurants en bars zijn. We komen er vaak omdat de Dieppe-kant van Fons’ familie daar hun ontmoetingsplaats heeft en de prijzen zijn er laag en de atmosfeer is goed.

Ik heb de laptop geïnstalleerd en een wifi verbinding gemaakt. Omdat het in een café was had ik ook een koptelefoon met microfoon gekocht. Zelf deed ik eens een interview vanuit een café in Mirepoix met een man in Duitsland en degene die de opname moest uitwerken had toch wel wat last van het “parasiet” geluid.

Kort voor de afspraak kwam de TV diva ook naar de studiocorner en zette de installatie op. We testten met de NOS, verzette de positie voor beter licht en toen moest ze wachten. Ik had gehoopt dat we een ander tijdstip konden afspreken voor het terugbellen, omdat de computer op de batterij zat, maar nee, Maartje bleef aan de lijn en kon de uitzending volgen.

Opeens kreeg ze te horen dat ze nog 3 minuten waren. Toen kwam er een vraag, ze ging antwoorden en het begon. Ik gaf haar nog even een signaal dat ze niet met haar hoofd moest schudden en daarna hoorde ik opeens “Hallo? Hoor je me nog?” De verbinding bleek verbroken, toch bleef ze aan de lijn en werd ze later bedankt voor de medewerking. Bizar, wij zagen en hoorden alles op een laptop in een café in Dieppe en in Hilversum, het televisie centrum van Nederland, konden ze haar niet meer zien. Op zich hadden we daar een foto voor aangeleverd die in beeld kon komen als het geluid bleef maar het beeld niet…Maar alle goed voorbereide oplossingen worden niet altijd gebruikt.

Toen was het over. Edwin schreef op Facebook dat hij Maartje kort had gezien.

Wij ruimden de spullen op en gingen naar de markt. Eerst de vismarkt en daarna de grote versmarkt.

Ik zag niets van mijn gading. Fons vond het vreemd dat zijn ooms niet naar de vismarkt gingen maar toen we ze later weer zagen zeiden ze dat het “oude vis” was, althans niet kakelvers. Er was die ochtend geen enkele vissersboot binnengekomen met de vangst, wellicht vanwege het voetbal.

Op de markt hebben we wel kaas en eieren gekocht en later in de middag gegeten bij Le Nautic, omdat Le Turbot op vakantie was. Deze tent werd aanbevolen door de vrouw van Bernard van Café l’Escale.

Die middag weer terug naar Saint-Germain en het fête de la musique met Stanneke. Het werd laat in de pub, maar op het einde werden we niet correct behandeld dus wellicht komen we daar niet meet terug, anders dan Dieppe.

Het onweer nadert - de wind steekt op.

Het grote grill weekeinde

Het was wederom een lang weekeinde. Dit keer gewoon met z’n tweetjes, in principe. We gingen de stad in op zoek naar een eierkoker, dat we uiteindelijk noch gevonden noch gekocht hebben, en liepen zwaar te transpireren in de hitte.

Ook in het dorp was het warm en drukkend.

We kregen uitnodigingen voor BBQs en op zaterdagavond waren we bij Stanneke en Frédéric, waar ik voor het eerst een gegrilde ananas at, en op zondag bij Anita en Jimmy. Daar hebben we het ananas experiment nagebootst. Eerst moest wel een soort baldakijn worden opgezet vanwege de zon. We hadden geen uitleg, alleen maar wat stokken en doek en na een uurtje “klooien” hadden we een aardige uitvoering gevonden. Toen nog eten, wat laat dus, met de meegebrachte côte de boeuf.

Die avond barstte het onweer los. Bij S&F konden de kinderen niet slapen, bij A&J bleef de tent staan en bij onszelf viel het mee maar er was veel schade op ons terrein en sommige huizen hadden last van wateroverlast. De conciërge is nog steeds bezig let schoonmaken…tot genoegen van de honden

Snuffelneus gestoten?

Interview met Frankfurt vanuit Mirepoix

Interview met Frankfurt vanuit Mirepoix

Vorige week was het een lang weekeinde in Frankrijk vanwege bevrijdingsdag op 8 mei, donderdag, en Maartje had dit keer wel vrij kunnen krijgen omdat de Economic Outlook klaar was. We besloten naar het zuiden te gaan en reden op donderdagochtend in alle vroegte naar Ariège met een lunch stop in Lalbenque in de buurt van Cahors. Daar waren we in februari nog geweest voor de truffelmarkt en we hadden onze zinnen gezet op een maaltijd in het Café de Paris.
Echter, de zaak was van eigenaar veranderd en opgeknapt. We hebben er wel lekker gegeten voordat we verder gingen naar Emma. De vrijdag heb ik nog vanuit een café in Mirepoix een interview gedaan voor mijn bedrijfje, en we wilden eten in Chalabre in een Logis de France waar we wel vaker langsgaan maar daar was het al druk. Maartje en Emma stoken de straat over en opende een niet-uitnodigende deur van een café des sports waar er een dagmenu was voor lunch. We konden er nog bij maar in plaats van rundvlees was er speklap met ei. Het was een interessante zaak vol met rugby parafernalia en de andere gasten waren bijvoorbeeld een groep schilders. We hadden een voorgerecht, hoofdgerecht, dessert, koffie en een kwart liter wijn per persoon voor 13 euro. Hoe ze daar nog winst op maken weet ik niet maar voor dat geld heb je in Parijs nog geen salade…
op zaterdag gingen we al weer huiswaarts met een lange lunch stop bij Hans en Siranouche waar we verrast werden door een nieuw aangelegd pad bij het hek –- na de aanleg van de riolering voor de gites naar het nieuwe gemeente riool (in plaats van een beerput) heeft Hans ook nieuwe terrassen gestort voor de huisjes zodat het weer effen licht en er geen onkruid en mollen door heen kunnen.
De vrijgekomen flagstones heeft hij gebruikt om een pad te leggen van het ingangshek naar het zwembad en dat gaf een hele mooie indruk.
In de middag reden we verder naar Saint Marcel in de buurt van Argenton sur Creuse. Zo konden we de afstand opbreken en op zondag redelijk vroeg, en dus voor de drukke files, in Parijs aan te komen. Het hotel was aardig en niet duur, en de maaltijd interessant.
Op zondag gingen we eerst tanken bij de Intermarché en ook wat te kopen om onderweg te eten. Meestal nemen we geen ontbijt in hotels om niet in de verleiding te komen croissants and pains de chocolat te eten.
In de winkel kochten we wat kaas en er lag iets wat ik niet eerder was tegen gekomen; “Tomme de Domessin”. We hebben het gekocht en het was aardig. Maar nadat ik thuis het had opgezocht bleek het een soort Tomme de Savoie te zijn die wordt gemaakt door de Fruitiere de Domessin fabriek die geheel in handen is van de firma “les Musquetaires”, ofwel de eigenaar van de Intermarché. Het was dus gewoon een huismerk een geen regionale specialiteit.
Die maandag hadden we een lunch met oud-collega’s in Terminus du Nord (geen Chalabre prijzen…) en een bestuursvergadering en op woensdag was er een aspergediner met de vereniging in Le Coupe Chou in de buurt van de Sorbonne. Dus het is niet zo gek dat mijn gewicht even weigert naar beneden te gaan.