Bordeaux blijft leuk ook als buitenstaander, wijnfeest ging onze neus voorbij.

Elke twee jaar is er in Bordeaux een internationale wijn en drankenbeurs; de Vinexpo.
Als journalist bij Reuters, met een hobby in wijn verhaaltjes, ben ik daar zo gedurende zes jaar naar toe gegaan. De eerste keer kwam ik erachter dat er een “persdiner” was en melde me aan. Met wat vijven en zessen werd ik toegelaten en ging ik in smoking en met vlinderdasje naar Château Rothschild. waar baronesse Philippine ons een geweldig diner voorschotelde, met voortreffelijke wijnen en een groots vuurwerk festijn.
Ik zat toen aan tafel met de prins van Luxemburg en we dronken “zijn” Haut Brion en de huiswijn, Mouton Cadet. Niet slecht. We werden in een bus teruggereden naar de stad en de journalisten wisselden ervaring uit. De uitverkorenen waren helemaal onder de indruk van hun avond aan de tafel van La Tour.
Vervolgens werd ik uitgenodigd, en daarna zelfs met echtgenote, en deden we verschillende Châteaus aan, met tafelgenoten als Martin Bouygues – Château Montrose – of Carole Bouquet met Philippe Rothschild. Het eten werd door sterrenkoks verzorgd, soms zelfs meerderen, en de zalen waren rijkelijk gedecoreerd.
Nadat ik weg was bij Reuters ben ik nog wel naar Vinexpo gegaan, ik schreef nog over wijn voor het agentschap en ook voor Forbes. Maar in 2015 dacht ik dat het de laatste keer was, bij Margaux.

Summum
Dus wat schetste mijn verbazing toen ik in januari, doorgestuurd uit Saint Germain en Laye, een “vooruitnodiging” kreeg voor een diner bij Chateau Latour. Latour, het summum, flessen van duizend tot twee duizend euro…
Dus ik accepteerde graag, ook namens mijn vrouw, en gaf de adreswijziging door. We boekten een kamer in Bordeaux, want rond de Vinexpo is het moeilijk en duur, en wachtten af.
Er kwam niets dus ik stuurde mailtjes en LinkedInberichtjes maar kreeg geen antwoord. Ook de telefoon gaf alleen een antwoordapparaat.
Het was een gunst en een eer dus je gaat niet te veel stennis maken, en dan, ik schrijf amper nog over wijn.
We zijn wel naar Bordeaux gegaan afgelopen weekeinde en hebben er een prettige tijd gehad in een mooi appartementje in de Chartrons buurt. Het was warm. Op zondagavond hoorden we vuurwerk; dat zal het einde van het diner zijn geweest.
Wellicht als ik me toch had ingeschreven als pers voor de Vinexpo en een badge voor mezelf en Maartje had geregeld, zoals twee jaar geleden, was de uitnodiging toch gekomen. Maar het zou toch niet “juist” zijn geweest; het was mooi zolang het duurde.
Op zaterdag aten we bij Noailles in Bordeaux. Maartje had gebakken eendelever en ik een voortreffelijke kalfskotelet. We hadden een fles Léoville Barton uit 2011, heel aardig en nog net betaalbaar. Latour kunnen we ons niet veroorloven, zeker niet in een restaurant, misschien wel hun tweede wijn; Les Forts de Latour. Wellicht voor mijn 55ste verjaardag – het leven gaat door, sommigen dingen gaan voorbij en andere staan te komen; c’est la vie.

Gaia et Villedieu

Het mysterie van het Merovingische altaar.

Op het moment zijn onze gedachten bij het schuren, schuren en nog meer schuren. Gevolgd door het aanbrengen van grondverflaag, na grondverflaag. Gevolgd door, jawel, de definitieve verflaag. In drie- of viervoud.

Daarnaast bestaat Marcel’s dagtaak uit het werken voor zijn grootste klant Blue Heron in New York. ’s-Avonds koken, heel lekker koken, maar dat is welbekend.

We wonen in een hele mooie en interessante streek. Een streek die we globaal kennen. Maar wat we nog niet bezocht hebben, zijn historisch, gezien, opgravingen, romaanse kerken, of siertuinen.
Foix, met zijn imposante kasteel en Mirepoix, kennen we nu op ons duimpje.

We hebben daarom besloten om in de weekenden, de omgeving te ontdekken. Geen werken aan het bureau of aan de luiken. Het onkruid wieden is natuurlijk iets anders. Maar dat kan in deze hitte toch alleen maar ’s-ochtends vroeg of ’s-avonds na zeven uur.

Dus de daad bij het woord gevoegd, trokken we er afgelopen zaterdag (10 juni) op uit om een ‘Merovingisch altaar’ te zoeken.

Marcel had op Googlemaps gelezen dat we er in de buurt van Gaja-et-Villedieu, een konden vinden. Spannend. We rijden naar Gaja-et-Villedieu. Dat was de eenvoudige stap. Aangekomen in het mooie dorpje vertelde de GPS ons dat we op de plaats van bestemming waren aangekomen.
Maar waar dan? We zagen veel wijngaarden, dit is het gebied van de bekende Limoux bruisende wijn. Maar een altaar? Hooo maar. Omdat we toch in de buurt van Limoux waren besloten we bij de E.Leclerc boodschappen te doen en te tanken.

Marcel had inmiddels een meer precieze routebeschrijving gevonden.

Dus terug naar Gaja-et-Villedieu. De GPS gaf ons meer gedetailleerde instructies. En weer stonden we tussen de wijngaarden.
Maar deze keer bij de oprijlaan naar boerenwoningen en een erf. Ik stapte uit en werd begroet door een luid blaffende hond. Ik liep de oprijlaan verder op maar zag alleen maar een paar boerenwoningen. Er hing een landelijke stilte. Het was tenslotte lunchtijd! Marcel had inmiddels de auto geparkeerd en kwam naar mij toe. ‘En’? vroeg hij. Nou ik weet het niet. Kom en ga zelf ook eens kijken. Samen liepen we wederom de oprijlaan op en ja, we werden begroet door, dit keer, twee honden. Intussen ging een van de deuren open en een oudere dame vroeg wat we zochten. Wij weer uitleggen dat er hier een altaar zou liggen. Nou daar weet ik niets van, was het antwoord. Een paar minuten later ging er een andere deur open, een jongere man, waarschijnlijk haar zoon, kwam naar buiten. We zoeken een altaar en volgens Googlemaps zou deze in de bosjes aan de zijkant van uw woning liggen.
De man kijkt ons aan of we ons wel helemaal lekker voelen. Daar weet ik niets van – maar ik wil jullie met alle plezier rondleiden naar de plek. Waar we ook keken, geen altaar. Veel wijngaarden, want ja deze meneer is een wijnboer.

We hebben de familie hartelijk bedankt en hun een goede voortzetting van de maaltijd gewenst.
We zijn teruggelopen naar de auto vergezeld van de twee honden.

Wij zijn teruggereden door het ruige landschap. Terug naar ons dorpje en hebben onder het genot van een koele witte nog lang nagepraat over de dag.

Maartje

Van Charleroi naar Carcassonne

In november 2016 hadden we de eerste keer het huis vol met gasten. Truus, Hille en Bep. Het was de vuurdoop.
En deze doop had het huis goed doorstaan.
Het was even spannend of de verwarming voldoende verwarmde, idem voor de warmwatertoevoer. De open haard was toen nog niet functioneel omdat de schoorsteenveger nog niet was geweest.

Van 18 tot 21 mei kwamen mijn moeder, Stephanie en Richard.

Een kennis uit het dorp had ons de tip gegeven om naar vluchten te kijken van Charleroi (aka Brussel-Zuid) naar Carcassonne.

En verdraaid, Ryanair, vliegt op de hoofdstad van de Aude. Goedkoop en een stuk dichter bij Lagarde dan Toulouse. Stephanie heeft de vluchten geboekt – totale prijs EUR 180 voor hun drietjes. Natuurlijk moesten ze van Maastricht naar Charleroi rijden. Maar dan nog – voor zo’n prijsje!!

Terug naar de tweede vuurdoop.
Voldoende verwarming konden we afstrepen. Ook het warmwater was geen probleem. Hoewel we een paar dagen ervoor nog een watertoevoer probleem hadden. Een avond hebben we de open haard aangehad. Omdat het gezellig is en omdat mama het een beetje frisjes vond. En omdat ik het leuk vind om een vuurtje te stoken.

Het waren een paar hele leuke dagen. Ofschoon het weer zich niet helemaal van een zuid-Franse zonneschijnkant liet zien.
Geen zwoele avonden, helaas.

We zijn begonnen met een bezoek aan Carcassonne, de historische ommuurde stad. Meteen na aankomst, want we waren tenslotte al in de buurt.

We hebben in de omgeving getoerd. De bergen in, richting Chateau de Montsegur. De bronnen van Fontestorbes. Het lac Montbel. Het kerkje van Vals. De winkeltjes en overdekte passages in Mirepoix. De vrijdagmarkt in Lavelanet.

Fontaine de Fontestorbes

Fontaine de Fontestorbes

We hebben gepicknickt, geluncht in Mirepoix. En Marcel heeft zich uitgeleefd in de keuken. De eerste avond heeft hij ons getrakteerd op een Mounjetado (= cassoulet Ariègeois).

De dagen gingen veel te snel voorbij. Voordat we het wisten zaten we weer in de auto naar de luchthaven.

En ja, toen liet de zon zich uitbundig van haar zuid-Franse kant zien….

Maartje

De drie gratiën

De drie gratiën

Het eerste luik

Luik, luiken en een dood muisje

De beste stuurlui staan wal. Goede welgemeende raad niet meteen maar naast je neerleggen. En zo kan ik er nog een aantal aan toevoegen.
We wonen in een dorpje waar iedereen zich met iedereen, tot op bepaalde hoogte uiteraard, bemoeit.

Zo dus ook met ons nieuwe project ‘renovatie van de houten luiken’. Een eerste aanzet schreef ik vorige week op deze pagina.

We zijn een weekje verder. En ja het eerste luik is gereed. We werken in de impasse en er lopen de hele dag mensen voorbij.

Zoals ook Ginette die ons op niet mis te verstane wijze vertelde dat we de openingen en gleuven in het hout eerst moeten opvullen met ‘pâte à bois’. Ons argument dat een deskundige ons vertelde dat dit niet nodig is. We gebruiken tenslotte een goede kwaliteitsverf. Bleef ze gewoon voet bij stuk houden.

En tja, misschien heeft ze ook wel een beetje gelijk. Maar het ging ons te ver om van voren af aan te beginnen met dit eerste luik.

Het tweede luik is nu schoon geschuurd en van de drie eerste kleurlagen ontdaan. Marcel heeft aan beide kanten de gaatjes en gleufjes opgevuld met de ‘pâte à bois’. En nu is het weer aan mij om het ‘anti-insekten spul’ aan te brengen.

Op een ochtend vonden we een veldmuisje op de werktafel.
Geen idee hoe het daar beland is. Het is dood welteverstaan. Maar hoe het beestje aan zijn einde is gekomen?

Als het een speeltje was geweest van een van de katten dan had het er niet zo vredig bijgelegen.

Maartje

muis

muis

Werk aan de verfwinkel

We hebben de afgelopen weken weer volop aan ons huis gewerkt.

Dit keer zijn het de luiken waar we het op voorzien hebben. En dan vooral aan de tuin kant. Deze kant ligt namelijk op het volle zuiden. En is het onderhoud er het dringendste.

Alvorens de luiken te attaqueren hebben we de kozijnen van de twee ramen op de begane grond en de tuindeur van een nieuwe laag ‘lazuur’ voorzien.
Eerst heeft Marcel het hout geschuurd. Daarna heb ik er twee lagen ‘anti insekten spul’ op aangebracht gevolgd door twee lagen beits.

Intussen hadden we professioneel advies van Françoise Picard gekregen over de aanpak van de luiken. Zoals zij het bracht dachten we ‘dat wordt een makkie’ dit kunnen we doen. Je voelt hem al aankomen. Dus geen makkie. Marcel heeft het kleinste luik geschuurd. Er kwamen verschillende kleuren tevoorschijn. Volgens mevrouw Picard hoefden we niet tot het uiterste te gaan….. Dus de twee lagen ‘anti insekten spul’ aangebracht en toen de eerste laag Rouge Basque. En daarna nog een laag.

Het resultaat is BEDROEVEND. Je ziet duidelijk de verschillende lagen door het rood doorschemeren.

Vanochtend naar de Brico Marché gegaan om advies in te winnen. De deskundige ziet het sombertjes in. Hoogstwaarschijnlijk moeten we de luiken helemaal tot op de naad afschuren.

Toch proberen we het eerst nog met een laag of twee grondverf.

Wordt vervolgd.

Maartje

luik

daslook

Daslook/Look-zonder-look/Bärlauch/Ail des Ours

Wat hebben deze namen gemeen?

Gisteren was ik weer met mijn bekende wandelclubje onderweg. Dit keer liepen we 8.4 km rondom Varilhes. Het is het soort provinciestadje waar je omheen rijdt en het ligt aan de A66, de snelweg die naar Andorra gaat.

Het ligt aan de rivier l’Ariège en dat is dat. Verbazing dus alom als je naar het oude centrum loopt; het heeft een mooie stenen boogbrug over de l’Ariège. En een overdekte wasplaats, een achttal bassins waar vroeger gewassen werd. En natuurlijk een overdekte markthal.

We parkeerden de auto’s bij het zwembad.

De wandeling voerde ons langs weilanden waar paarden en ezels heerlijk losliepen. Door holle wegen. En huizen waar de blauweregen uitbundig bloeide. Het was geen wandeling met grote hoogteverschillen. En helaas zagen we de inmiddels bekende bergen niet omdat deze in mist gehuld waren.

Nu kom ik aan bij de titel van dit stukje.

Het is een kruid dat je in het voorjaar in de weilanden en in de berm vindt. Als je de blaadjes tussen je vingers wrijft ruik je een lichte knoflookgeur. En ja, je kunt het eten !

Het is echt het ultieme bewijs dat het lente is !!

Maartje

Varilhes

Varilhes

Manusje van alles

Toen we een jaar geleden besloten om ons te vestigen in Lagarde, hadden we een vaag idee, hoe het zou zijn om in een kleine gemeenschap in te burgeren.

We hadden natuurlijk al van Emma begrepen dat het een ‘close-knit’ community is.

Het is nou ook weer niet zo dat iedereen je op de vingers kijkt. Er wordt toch een beetje van uitgegaan dat JIJ de jongere (ahum) de oudere af een toe een beetje helpt.

Francine, onze bijna 82-jarige buurvrouw, die op 22 december 2016, haar man verloor heeft behoefte aan een praatje. Dus het is dan als vanouds, over de schutting hangen en praten over het natte weer, het zonnige weer, loslopende honden, wat bloeien je tulpen mooi (hint, hint). Vroeger ging ze regelmatig wandelen, dit durft ze niet meer alleen. Dus ga ik elke woensdagmiddag met haar stapvoets een anderhalf uur wandelen. Richting kasteel en weer terug. Onderwijl hoor ik alles, nou ja alles, van en over iedereen.

Wandelen langs het kasteel, Francine (L) en twee andere dorpsgenotes

Een andere oudere vrouw, die voor Félix zorgt als wij er niet zijn, is Catherine. Ik heb een paar keer onkruid gewied in haar tuintje en laatst vroeg ze of ik haar kon helpen houtblokken naar binnen te dragen. Ook vroeg ze of ik een keertje haar ramen wilde lappen. Tja, over dat laatste heb ik een beetje mijn twijfels, het is er ook nog niet van gekomen vanwege het slechte weer eerder deze week.

Daarnaast heb ik mijn wekelijkse wandelclub en werk ik in de tuin, probeer ik het huis zo stofvrij mogelijk te houden, rij graag rond in mijn rode A1tje.

Is dit dan toch ‘Het leven in la Douce France gevoel’?

Maartje

Maak geen slapende vossen wakker…..

Vossenbalen

Vossenbalen

Vorige week, 21 maart, was het weer wandeldag. Dit keer ‘slechts’ zes km, maar wel met een groot hoogteverschil. Ik ontdekte dat ik ook beenspieren heb.

We passeerden de ruïne van een oud kerkje (Romaanse tijd), St. Martin.

Goh, zei iemand, de boer gebruikt de ruimte als opslagplaats van hooibalen. We liepen eraan voorbij totdat iemand anders zei. Wacht! Er liggen minstens drie vossen te slapen onder en tussen het hooi. Dus wij weer allemaal op onze schreden terug.
En waarachtig, ze lagen vredig te slapen. Want ’s nachts gaan ze op roofjacht. En moeten ze overdag hun krachten opdoen.

Diezelfde avond laat kwam Félix, ons katermonstertje, ook weer eens langs. We hadden hem al een tijdje niet gezien. Wel in het dorp maar niet bij ons in huis. Hij kwam, en at heel, heel veel. Zelfs de brokjes waar hij normaliter zijn neusje voor ophaalt, moesten we twee keer aanvullen.

We denken dat hij een avontuurtje heeft beleefd, misschien zat hij wel ergens opgesloten of hij was de weg kwijtgeraakt. Hij is tenslotte nog geen jaar oud.

Gisteren spraken we een mevrouw uit onze straat. Zij vertelde dat zij Félix een week geleden, dus misschien wel die beruchte dinsdag, helemaal aan het einde van het dorp had gezien. Vlakbij de grote weg. Wellicht is hij deze overgestoken en was hij verdwaald in het bos. Who knows.

Gistermiddag, was hij niet bij ons weg te slaan. Het was mooi weer, we waren allebei buiten en Monsieur lag in de schaduw in ons kleine tuintje, te slapen. En af en toe verhief hij zich om te vechtspelen met een andere kat. Vandaag echter weer geen spoor.

Wat een ‘kattenleven’.

Maartje